DIAGNOSE

Er zijn wel duizend dingen waar je dood aan kunt gaan. Maar ik denk niet langer dat ik doodga aan een herseninfarct, longkanker of een leverkwaal. Dat denk ik omdat ik kennis heb gemaakt met de preventieve gezondheidszorg.

Het had me altijd al verbaasd dat ik mijn auto voor controle van de banden, het oliepeil en de remblokjes eens in de zoveel tijd moest afstaan aan de garage, maar dat ik mijn lichaam slechts aan onderzoek liet onderwerpen als zich lokaal afwijkend gedrag voordeed. Meestal ging het dan om pijn. Toch was ik (echt wel hypochondrisch aangelegd) juist niet geneigd voor ieder pijntje naar de dokter te rennen. ‘Wat niet weet, wat niet deert’ is aan mij wel besteed. Maar ook voel ik wel wat voor ‘voorkomen is beter dan genezen’. Ik ben namelijk helemaal niet zo bang om dood te gaan, ik ben bang voor het proces dat aan de dood vooraf kan gaan.

En toen was daar Prescan.

Het bedrijf heeft een ‘3D-reis door het lichaam’ in de aanbieding. Zo moet het mogelijk zijn vroegtijdig tekenen van verval op te sporen. Hartproblemen, kanker, nier- en galstenen, prostaatvergrotingen, endocriene afwijkingen, vasculaire aandoeningen: in je lichaam kan nogal wat misgaan, en dus besloot ik die APK-keuring er eens tegenaan te gooien.

Xander de Buisonjé, Patty Brard en Harry Mens waren me voorgegaan, zo las ik. Het bleek meer dan 1000 euro te kosten. Daar kun je riant een weekje voor naar Thailand.

Ik kon terecht in Bottrop, want in Nederland moest je voor de vroegdiagnostiek niet aankloppen. Naar Bottrop ga je niet voor je plezier, al bestond mijn galgenmaal uit een meer dan voortreffelijke schnitzel. Mijn fantasie over een luxueuze privékliniek met gedecolleteerde zustertjes en wijze, oudere artsen werd bijtijds de grond in geboord. In de Gemeinschaftspraxis für Radiologie – Nuklearmedizin – Strahlentherapie werd ik voortvarend tussen de normale patiënten (vooral reuma- en overgewichtgevalletjes) door geloodst. Er werd bloed geprikt, ik moest mijn plasje inleveren. Er werden röntgenfoto’s van mijn longen gemaakt en ik kreeg een hartonderzoek dat heel ingewikkeld een ‘myocardscintigrafie’ werd genoemd. Voor de MRI-scans moest ik naar een ander ziekenhuis, maar dat was niet erg, want de taxi’s waren bij de prijs inbegrepen. Evenals twee harde broodjes met ham en kaas toen ik niet meer nuchter hoefde te zijn.

Ik moet zeggen dat het een wonderlijke sensatie is om na afloop van die joyride door je body tegenover een wildvreemde en Duitssprekende arts te zitten die jou eens even gaat vertellen of je je al in het terminale stadium bevindt.

Echter, de MRI-scans wezen uit dat ik, van hersenkwabjes tot balzakken, nergens rare vlekjes had en de cardioloog toonde zich niet eens tevreden, maar eerder euforisch over de conditie van mijn hart. Hij zei dat ik ‘Leistungssportfähig’ was en 1 seconde overwoog ik in training te gaan voor de marathon. Ook wilde ik wel de oudste deelnemer worden die de Tour de France zou uitrijden, maar eigenlijk wilde ik het keurmerk van Prescan vooral gebruiken om mijn ongezonde, maar stemmingbevorderende levensstijl met herwonnen energie te vervolgen.

Ik was opgelucht, maar het was een schijnopluchting. Ik zou nog steeds kunnen stikken in een pruimenpit of platgewalst kunnen worden op het zebrapad. Ik zou nog steeds te dicht in de buurt van een zelfmoordterrorist kunnen staan of net op het verkeerde moment door een donker steegje kunnen lopen. In het leven is niets gegarandeerd, wat tevens het beste argument is om er maar het maximum uit te halen. Op de A3 van Oberhausen naar Arnhem probeerde ik nog eens hoe 160 km/u ook alweer voelde.